Zanadou

De voor- en nadelen van een dubbele baan

  • Geplaatst door Sara
  • 12 maart 2020
  • The Art of...
  • carrière

Waarom je beperken tot één baan, als je er in hetzelfde tijdsbestek ook twéé kunt doen en jezelf op meerdere gebieden ontwikkelt? In de sector komen er steeds meer mogelijkheden op dit gebied, zoals het combibaanprogramma bij het ministerie van OCW. Kristel Casander, hoofd bedrijfsvoering bij Voordekunst, deed er aan mee.

Hoe ben je ooit bij Voordekunst terechtgekomen?

“Na mijn economische studie aan de Hogeschool voor de kunsten in Utrecht, studeerde ik Kunstgeschiedenis aan de VU en deed ik een master kunst- en cultuurwetenschap. Na een stage bij Voordekunst, in 2012, ben ik blijven plakken. Ik heb er inmiddels zo’n beetje alle mogelijk functies gehad. Begonnen als projectassistent, waarbij je de basisbegeleiding van projecten doet, kreeg ik geleidelijk meer verantwoordelijkheid. Vervolgens werkte ik aan de randprogrammering en was er meer contact met de partners. Zeven jaar in dienst ben ik nu, waarvan de afgelopen paar jaar als hoofd bedrijfsvoering.”

Wat is er veranderd binnen Voordekunst in die tijd?

“Ontzettend veel! Toen ik er kwam waren we nog een startup, die ruim een jaar bestond. Inmiddels staat er een soepel lopende machine. We focussen meer op duurzaamheid van langetermijnprojecten. Voorheen was het belangrijkste om losse campagnes te laten slagen, nu kijken we ook naar hoe het daarná verder moet. Als je een poos bestaat moet je, vind ik, ook mee durven bewegen met de ontwikkelingen. Het is ook belangrijk om flexibel en fris te blijven in je denk- en werkwijze. Wat mij betreft is het oprecht nog steeds de leukste baan die er is in de sector.”

Waarom besloot je dan toch om deels werk te zoeken buiten Voordekunst?

“Het klinkt misschien gek, maar daar was niet écht een reden voor. Ik was al een tijdje bekend met de mogelijkheid om ‘uitgeleend’ te worden aan het ministerie van OCW, op de afdeling erfgoed in de kunsten, algemeen beleid. Toen ik hoorde dat degene die dat deed ermee zou stoppen, dacht ik: het is belangrijk dat dit voortgezet wordt. Dat er iemand anders van de sector is, die deze band met OCW overeind weet te houden. De keuze om dit zelf te gaan doen volgde pas later. Maar toen ik het idee eenmaal kreeg, werd ik er steeds enthousiaster over.”

Wat is het verschil tussen werken bij Voordekunst en OCW?
“Het is ongeveer het tegenovergestelde. De dingen gaan niet zo snel bij het ministerie, het is echt een andere manier van werken waarbij alles langs meerdere lagen moet voordat het echt doorgaat. Voordekunst is minder bang voor risico’s. Maar dat is ook heel logisch. Als je kijkt bijvoorbeeld naar de invloed die het politieke speelveld op het beleid heeft: werk je in het veld, dan kun je bijna vergeten hoe lastig het is om bepaalde plannen langs de Kamer te krijgen, hoe goed ze ook in elkaar zitten. Daar mee omgaan heb ik wel echt moeten leren.”

Wat heb je er van opgestoken?

“Vooraf was ik bang dat ik alleen mee mocht praten, maar dat er weinig zou komen van actie. Dat viel ontzettend mee. Er was veel ruimte om bij te dragen, ik mocht meedraaien als een volwaardig beleidsmaker. Daardoor heb ik het twee jaar gedaan, in plaats van het halfjaar dat ik van plan was. Het meest trots ben ik op het feit dat de rol van OCW mede op het gebied van filantropie en de bewustwording daarvan expliciet is opgenomen in het beleid. Dat was een flinke klus, maar absoluut de moeite waard.”

Hoe was het praktisch gezien, om twee banen te combineren?

“Ik werkte drie dagen bij Voordekunst in Amsterdam, twee dagen bij OCW in Den Haag. Zelf woon ik in Amsterdam dus dat reizen was, met name in de winter, best pittig af en toe. Maar het scheelde dat beide partijen flexibel waren. In drukke periodes bij OCW kon ik bij Voordekunst tussendoor prima een telefoontje plegen bijvoorbeeld. Toch brak dat reizen me na twee jaar wel op. Daarnaast vond ik het ook mooi geweest, het voelde afgerond omdat het beleid rondom filantropie nu goed stond en ik geleerd had wat ik wilde leren. Het heeft me echt meer kennis over het vak opgeleverd, die ik nu ook weer in kan zetten bij Voordekunst. Want ik heb er nooit over getwijfeld dat ik daar zou vertrekken voor OCW, dit is en blijft echt mijn plek.”

Zou je een dergelijke combibaan aanraden aan anderen in de sector?

“Absoluut. Twee jaar vond ik ook een prima periode ervoor. Dan blijf je fris en kritisch, voorkom je dat je, in mijn geval, een volledige beleidsmedewerker wordt. Het is sowieso leerzaam om een periode in een omgeving door te brengen die niet van nature bij je past, voor je persoonlijke groei. Maar ook voor de organisatie is dat belangrijk, om mensen met een frisse blik binnen de gelederen te hebben. Bij OCW stonden ze er erg voor open om mensen vanuit het werkveld te betrekken bij hun processen. Het is echt niet iets dat ze alleen voor de tekentafel hebben bedacht.”

Kristel Casander V 1